Hoe is het nou met je boek? (Deel 2)

… Vervolg

Ik had het manuscript van mijn kinderboek dus opgestuurd naar mijn lerares ter beoordeling. Na een tijdje kreeg ik de 28 hoofdstukken terug met behoorlijk wat aantekeningen. Het idee voor het boek was goed en ook de personages waren geloofwaardig. Hiep hiep! Ik had alleen bepaalde onderdelen veel te veel aandacht gegeven en ook het einde kon volgens haar beter. Bovendien bleek dat er een probleem was met mijn plot of liever gezegd het ontbrak. Ik was zo lekker aan het schrijven gegaan dat ik heel dat plot uit het oog verloren was. Tja, en dan gaat je boek eigenlijk helemaal nergens over.

Het kwam er op neer dat ik het beste wat hoofdstukken kon schrappen, net als één van de uitvindingen die haar tijdens het lezen behoorlijk was gaan irriteren. Ook hadden de tweede en derde hoofdpersoon te snel hun intrede gedaan in het boek. Kortom, ik kon het beste het hele boek herzien. Het begin en eind herschrijven en er wat nieuwe hoofdstukken bij verzinnen.

Nou zul je misschien zeggen, “trek het je niet aan” of “het is een leuk boek, pas wat dingen aan en hup naar de uitgever ermee”. Het vervelende is alleen dat ik vond dat ze gelijk had. Ik had inmiddels wel een idee hoe ik dat herzien aan moest pakken, ik zag er alleen erg tegenop. Het herschrijven zou een berg werk met zich meebrengen en eerlijk gezegd had ik er niet zo’n zin meer in.

Je moet het zo zien. Ik heb een verhaaltje verzonnen, ik heb het opgeschreven en dan is het uit mijn hoofd. Nu dat op papier staat is het voor mij klaar en wil ik aan een nieuw verhaal beginnen. Sterker nog, het nieuwe verhaal heeft zich al aan me opgedrongen. Het staat te popelen om opgeschreven te worden en nu moet ik eerst nog eindeloos schaven en sleutelen aan een verhaal dat ik niet interessant meer vind.

Inmiddels zijn we een paar jaar verder en het nagekeken manuscript ligt te wachten tot ik zin heb om ermee verder te gaan. Het verhaal dat zich aan me opdrong is heel kort in een paar A4tjes neergepend om het niet kwijt te raken. Een derde (kort) verhaal is bijna af. Hopelijk kan ik een keer lang genoeg van de klei afblijven om dat verhaal in ieder geval af te schrijven.  Ik geef het nog niet op!

Hoe is het nou met je boek? (Deel 1)

Het is de leukste vraag die je kunt krijgen als je met je boek bezig bent en als je de hoofdstukken zo uit je mouw kunt schudden. Maar het is de vervelendste vraag die je kunt krijgen als je boek niet wil vlotten.

Behalve aan een aantal kinderen had ik de proefleesversie ook aan een paar collega’s en vrienden gegeven. Een select groepje natuurlijk, het mochten er niet te veel worden. Iedereen reageerde enthousiast. Naast het vaste gegeven van 1200 woorden per hoofdstuk, zorgde ik er ook voor dat elk hoofdstuk eindigde met een cliffhanger. Dat werkte goed. Het was voor mij meteen duidelijk waar het volgende hoofdstuk over moest gaan en mijn proeflezers wilden meer, meer, meer!

Steeds meer vrienden en bekenden vroegen of ze het mochten lezen en ja, ik ben ook de beroerdste niet. Na elke paar vers geschreven hoofdstukken stond ik tientallen kopietjes te maken voor de meelezers. De hoofdstukken werden in hoog tempo geproduceerd en elke keer lukte het weer een spannend einde te verzinnen om de lezers tevreden te houden. Na 25 hoofdstukken begon men te vragen hoe dik het boek ging worden en hoeveel hoofdstukken er zouden volgen. Ik had altijd aangegeven bij 28 hoofdstukken te willen stoppen, maar eh … hoe rond je je boek eigenlijk af?

In de laatste drie hoofdstukken moest ik al die spannende gebeurtenissen oplossen en de gemaakte beloftes inlossen. Het was een onmogelijke taak. Ik heb geprobeerd het boek toch af te schrijven en dat is gelukt hoewel ik er niet tevreden over was (en mijn lezers waren ook ietwat neutraal over de afloop). Ik stuurde het boek op naar mijn vroegere lerares van de cursus in Rotterdam na haar commentaar hoopte ik weer verder te kunnen met het boek. Ondertussen kon ik het kinderboek eventjes laten rusten.

Wordt vervolgd …

Een kinderboek schrijven

Na de cursus Kinderverhalen schrijven besloot ik een kinderboek te schrijven. Ik had wel een idee waar het over moest gaan en ik verzon een paar hoofdpersonen om mee te starten. In het eerste hoofdstuk voerde ik Thomas op, een jongen die met zijn ouders en zusje was verhuisd van de stad naar het platteland. In het tweede hoofdstuk ontmoet hij buurjongen Daan. Wanneer ze vervolgens in het derde hoofdstuk ontdekken dat er ’s avonds licht brandt in het tuinhuisje kan het avontuur beginnen, ook voor mij!

Na een paar hoofdstukken begon het moeilijk te worden het schrijven vol te houden. Gelukkig was daar de nieuwe cursus Kinderboek schrijven. Tijdens de lessen laat je aan één of meerdere personen je nieuwe hoofdstuk(ken) horen en je krijgt er commentaar op. Je maakt een tijdlijn om in kaart te brengen wat er met wie gebeurt in het verhaal. Aan het eind van de cursus was mijn boek niet af, maar het heeft me wel een eind op weg geholpen.

Ik begon af en toe een middag vrij te nemen om verder te kunnen schrijven en ik produceerde in een snel tempo nieuwe hoofdstukken. Het ging ineens heel makkelijk. Ik liet een van de hoofdpersonen iets zeggen en als vanzelf reageerden de andere hoofdpersonen daarop. Om die dialogen heen lijmde ik de tekst aan elkaar totdat ik circa 1200 woorden had en dan werd het tijd voor een nieuw hoofdstuk.

Nadat ik 12 hoofdstukken had geschreven, wilde ik eigenlijk wel eens weten wat men ervan vond. Met men bedoel ik in dit geval mijn doelgroep. Ik gokte op kinderen tussen de 8 en 11 jaar. Mijn proefleesversie verspreidde ik onder de kinderen van collega’s en vrienden. Ongeveer de helft heeft het daadwerkelijk gelezen en een aantal daarvan gaf feedback. De kids vonden het grappig en spannend. Van een aantal ouders hoorde ik dat ze het niet meer weg wilden leggen. Dat wil je natuurlijk graag horen als schrijfster.

Waarom is het boek dan nog niet af? Waarom ligt het nog niet in de winkel? In een volgend blogartikel vertel ik over het verdere verloop van het kinderboek.

Niet zonder knuffelbeest

Tijdens de cursus Kinderverhalen schrijven kregen we inspirerende opdrachten. De eerste opdracht schreef ik vanuit een knuffelbeest. Niet zomaar een knuffelbeest, maar MIJN knuffelbeest. Ik ga er voor het gemak vanuit dat iedereen vroeger wel een knuffelbeest heeft gehad. Ik heb jarenlang een grote wollen hond in bed gehad die toen ik hem verliet, door het fijnknuffelen twee keer zo dun was geworden.
Ik moet echter iets bekennen … ik heb nog steeds een knuffelbeest. Wel een kleintje hoor, eentje die niet zoveel ruimte inneemt in je koffer als je op vakantie gaat en die makkelijk in een la te stoppen is als de werkster langskomt.

Goed, ik schreef een verhaal vanuit mijn knuffelvis Wotje. Hoe zijn ervaringen met mijn vriend waren. Die vond het af en toe leuk om te shockeren. Dan kwam ik beneden om te eten, lag Wotje op mijn bord met een vork en scherp mes ernaast (als sushi). Of hij hield hem (á la Michael Jackson) uit het raam of over de rand van een balkon. Nee, Wotje heeft het beslist niet makkelijk als knuffel van een volwassene met een jaloerse vriend.

Verder observeerde Wotje hoe ik eens in paniek door de kamer rende omdat de wekker niet was afgegaan en ik een vliegtuig moest halen. Hij was bang dat ik hem zou vergeten, wat natuurlijk niet gebeurde. Op het laatste moment pakte ik hem bij zijn vin en propte hem in een rugzak. In de handbagage mocht hij mee het vliegtuig in. Bij het uitstappen in Malta wilde de douane weten wat ik allemaal in die rugzak had zitten. Na mijn slippers, en een boek kwam Wotje tevoorschijn. Argwanend bekeken de douaniers mijn knuffel en keken toen streng naar mij. Ik was als de dood dat ze ‘m open zouden snijden om te kijken of ik iets smokkelde. Ik grijnzde enigszins gegeneerd en zei “I can’t live without it!”

Schrijfcursus: Kinderverhalen

Nadat ik op schrijfcursusgebied een aantal jaren had stilgelegen begon het toch weer te kriebelen. Natuurlijk schreef ik zo nu en dan voor mezelf een kort verhaaltje dat ik dan aan wat vrienden liet lezen. De discipline om te schrijven, die stok achter de deur, is volledig afwezig wanneer je niet per se elke week een stukje hoeft in te leveren. Je probeert nog met je zusje af te spreken om haar elke maand een verhaaltje te mailen, maar de groepsdruk van een klas vol mede-cursisten werkt veel beter.

Een vriend kwam op het idee om nu eens een andere schrijfrichting in te slaan. Niet de korte of lange verhalen voor volwassenen, maar verhalen voor kinderen. Hm, wat heb ik nou met kinderen dacht ik nog. Natuurlijk heb ik vroeger veel plezier beleefd aan het lezen van kinderboeken, ik kon er helemaal in opgaan. Ook aan mijn kindertijd bewaar ik goede herinneringen en door het schrijven voor kinderen haal je die tijd weer een beetje terug heb ik gemerkt. Bovendien is het grappige element dat ik altijd in mijn verhaaltjes probeer te persen misschien beter geschikt voor een kinderverhaal. Na een tijdje twijfelen schreef ik mij in voor de cursus Kinderverhalen bij het SKVR.

Zo’n 12 dames keken de eerste les verwachtingsvol naar de lerares, die vol overgave vertelde over het schrijven voor kinderen. Zelf schreef ‘de juf’ gedichten (sommige waren ook gepubliceerd) en ze gaf les op school. Het niveau van de kinderboekenschrijfsters-in-spe was wisselend. Ik had er natuurlijk al een paar cursusjes opzitten en wat anderen hadden ook ervaring met schrijven. Er zaten echter ook dames bij die voor het eerst een schrijfpoging waagden. De opdrachten en besprekingen waren boeiend genoeg om het beste uit iedereen te halen. Bij alle deelnemers werden onvermoede inspiratiebronnen aangeboord en ook ik schudde zowaar wat kinderverhalen uit mijn mouw. Het ging me makkelijker af dan een verhaal voor volwassenen. Had ik dan toch mijn roeping gevonden?

De schrijfcursus: Lange verhalen

De cursus Lange verhalen was hele andere koek. Dit was serieus business. Voordat we zomaar begonnen met het schrijven van een verhaal moest er een synopsis komen. Een wat? Nou gewoon, een samenvatting van je verhaal en ook hoe je het verhaal wilde vertellen.

De docente wilde perse dat we literatuur schreven. Ik wilde gewoon een grappig verhaal schrijven over een jonge vrouw die na een fikse ruzie verlaten wordt door haar vriend. Door haar vrienden wordt ze op vakantie gestuurd, maar door een gebeurtenis vertrekt ze niet. Wanneer ze weer thuiskomt moet ze zich schuilhouden in haar eigen huis omdat haar vrienden haar huis een make-over geven. Dodelijk saai natuurlijk en helemaal niet grappig, dat zie ik nu ook wel in 🙂

De voornamelijk mannelijke cursisten schreven teksten waar ik soms rode oortjes van kreeg of je kreeg een ingewikkelde familiegeschiedenis voor je kiezen waar ik al snel geen bal meer van begreep. Precies wat de docente bedoelde dus. Er was een cursist bij die al een keer een artikel had gepubliceerd in de Groene Amsterdammer. Kom ik aan met mijn chicklit! Gelukkig was er nog een medecursiste die een verhaal schreef over iemand die heks wilde worden. Zij werd bijna letterlijk neergemaaid door het kritische publiek. Na enkele lessen kwam ze niet meer.

Aan het eind van de cursus bleek er kritiek te zijn geweest op de manier van lesgeven van de docente. Ze dacht dat de kritiek van mij kwam. Ik vertelde haar dat de cursus niet was wat ik ervan verwachtte, maar dat ik haar niet had ‘aangegeven’ bij de school. (Het leek mij logisch dat de kritiek bij de ‘heks’ vandaan kwam.) De docente bleef erover doorzeuren en stuurde me zelfs mailtjes nadat de cursus was afgelopen …
Na deze cursus ben ik een tijdje gestopt.

De schrijfcursus: korte verhalen

In totaal heb ik vijf keer een schrijfcursus gevolgd bij het SKVR in Rotterdam. De eerste cursus was Korte verhalen voor beginners. Tijdens de eerste les kregen we een geur voorgeschoteld. De docent kwam langs met een doosje dampo (dat zag je niet dat rook je dus). Naar aanleiding van die geur moest je een A4tje volschrijven. Daarna kwam het enge, je moest je tekst voorlezen voor de groep en dan kwam er kritiek. De docent probeerde deze eerste les voorzichtig opbouwende kritiek te leveren. De medecursisten waren nog voorzichtiger en kwamen met opmerkingen als: “Ik vond het wel goed geschreven.” Laten we nou eerlijk zijn, aan zo’n opmerking heb je natuurlijk helemaal niks.

Een van de cursisten las zijn werk voor en het was te merken dat hij erg tevreden was over zijn eigen tekst. Nadat hij zijn tekst voorgelezen had keek hij met een zelfvoldane glimlach de klas rond. De docent gaf wat aanwijzingen hoe hij de tekst beter kon maken en de glimlach bevroor op het gezicht van de cursist. De volgende lessen was de jongen niet meer aanwezig, waarschijnlijk te druk het met publiceren van zijn boek :-).

Tijdens de eerste schrijfcursus heb ik veel geleerd. We kregen elke week een opdracht mee voor thuis waarin we werkten aan een dialoog of aan de opbouw of we leerden om een verhaal in één tijd te schrijven en niet te wisselen tussen voltooid verleden en tegenwoordige tijd. Ik gaf mezelf altijd nog een extra opdracht mee. Het verhaal moest aan het einde een overwachte wending hebben en het liefst een klein beetje grappig zijn. Pas als ik wist wat die wending was kon ik het hele verhaal schrijven.

De eerste cursus beviel mij en een aantal medecursisten zo goed dat we doorgingen met Korte verhalen voor gevorderden. De discussies kwamen nu wat meer op gang. Ik kan me herinneren dat een van de cursisten het had over de strakblauwe rok van de hoofdpersoon en dat de docent uitlegde dat strakblauw alleen voor de lucht kon worden gebruikt. Zoals je mag verwachten na wat schrijflessen werden de verhalen van alle cursisten steeds wat beter. Aan het eind van de cursus vonden we het jammer dat er niet nog een vervolg was. 

Nadat ik een half jaar cursusloos was geweest sprak ik met 2 oud-cursisten af om naar de open dag van de SKVR te gaan om naar een vervolgcursus te zoeken. Daar schreven we ons in voor de cursus Lange verhalen.