Handlettering bij Elle Aime

handlettering pen en inktEen paar weken geleden kondigde ik de workshop Handlettering van Marloes de Vries al aan. Het leek me erg leuk om me met pen en inkt te storten op een mooie quote. Ook was ik erg benieuwd naar de winkel van Elle Aime in Rotterdam waar deze workshop gegeven werd. Lees verder

Op boekenjacht in Hay-on-Wye

In de tuin van het kasteel staat het ook vol met boekenkasten.In Groot-Brittannië op de grens van Wales en Herefordshire ligt het kleine plaatsje Hay-on-Wye. Het ligt aan de rand van National Park de Brecons Beacons. Wat is er nou zo bijzonder aan het dorpje dat ik er een hele blogpost aan besteed? Hay-on-Wye staat wereldwijd bekend om zijn tweedehands boeken. Lees verder

Help, ik smelt!

Het is nu gelukkig wat koeler, maar de afgelopen dagen leek het of ik smolt. Vandaar dat ik dit toppertje van vorig jaar augustus even in de herhaling doe.

Eigenlijk zou ik binnen moeten blijven, daar is het koel. In ieder geval koeler dan buiten. Er staat geen zuchtje wind en het lijkt of ik in een foto stap. In dit stilleven ben ik de enige die beweegt Lees verder

Over HET BOEK en brieven schrijven

Op de één of andere manier kom ik de laatste tijd steeds in leuke projectjes terecht. Niet alle projectjes waar ik me voor aanmeld gaan door, maar dat mag de pret niet drukken. De volgende twee projectjes zijn voor mij inmiddels afgerond.

Brieven schrijven
Wie schrijft er tegenwoordig nog met de hand een brief naar iemand, zo maar voor de lol? Dat zijn meer mensen dan je zou denken …
Via Postcrossing kun je meedoen met een wereldwijd brievenproject. Je stuurt een brief naar een voor jou onbekende persoon, soms helemaal naar de andere kant van de wereld. Vervolgens krijg je zelf ook handgeschreven brieven uit diverse landen terug. Hoe leuk is dat. 🙂

Het kan nog leuker! Ik volg inmiddels al bijna een jaar trouw dagelijks het blog van Lauradenkt. Laura schrijft, filosofeert en interviewt er een eind op los en dat is erg leuk om te lezen. Ze heeft ook een brievenrubriek waarbij ze brieven schrijft naar bedrijven en hoopt dat die haar brieven ook beantwoorden, het liefst handgeschreven natuurlijk.

Ze schrijft ook naar de lezers van haar blog, wanneer die zich tenminste opgegeven hebben. Ik ontving een paar maanden geleden een brief van Laura waarin ze me een aantal (grappige) vragen stelde. Ik beantwoordde de brief natuurlijk handgeschreven, anders zet Laura een minnetje achter je naam. 🙂 Je kunt hier de brieven lezen die we elkaar schreven.

HET BOEK!
Dan is er ook nog het HET BOEK, een project van Nicole. Ook haar blog en schrijfsels lees ik al een jaar met heel veel plezier. Toen ze met HET BOEK op de proppen kwam aarzelde ik geen moment en ik meldde me aan. HET BOEK dat nu nog leeg is, wordt rondgestuurd. Wanneer je het ontvangt vul je 5 tot 10 pagina’s met dingen waar je blij van wordt of waar je inspiratie van krijgt. Ben je klaar met je bijdrage, dan stuur je het door naar de volgende persoon.

Ik bleek de eerste enthousiasteling te zijn die me had opgegeven en dus de eerste die HET BOEK ontving. Voor mij was het niet even lekker snuffelen in de pagina’s om te zien wat anderen gemaakt hadden. Nee, ik moest beginnen!

Gelukkig waren de voorwaarden heel simpel en ik ben gewoon begonnen. Eerst wilde ik wat pagina’s met aquarel vullen, maar ik kwam er al snel achter dat de pagina’s van HET BOEK daar niet geschikt voor zijn. Ook wilde ik er graag iets van klei in kwijt. Het werd uiteindelijk een boekenlegger, die alleen niet om HET BOEK kan blijven zitten tijdens het verzenden. Dan past het namelijk niet meer door de brievenbus.

Hieronder een paar fragmenten uit mijn negen pagina’s van HET BOEK!

Help, ik smelt!

Eigenlijk zou ik binnen moeten blijven, daar is het koel. In ieder geval koeler dan buiten. Er staat geen zuchtje wind en het lijkt of ik in een foto stap. In dit stilleven ben ik de enige die beweegt.

Ik duw mezelf vooruit en voel hoe de warme lucht me inpakt. Traag schuif ik een stoel opzij en ga zitten. Een kat, die onder de stoel lag, vlucht weg naar de tuin van de buren. Ik sluit mijn ogen, even lijkt het mee te vallen, maar dan prikken de stralen van de zon venijnig in mijn huid.
“Dit ga ik niet lang volhouden”, hoor ik mezelf mompelen. Toch blijf ik zitten en registreer de geluiden die ik hoor maar half. Kindervoeten denderen in deze temperaturen onverminderd door over het pad langs de sloot. Hun schrille stemmen zorgen ervoor dat ik niet in slaap val.

Mijn hand grijpt naar een glas water. Kloink, kloink, tingelen de ijsblokjes als ik het glas naar mijn mond breng. Een klein straaltje koel water ontsnapt uit mijn mondhoek en loopt langs mijn kin mijn nek in. Het brengt een schok teweeg, mijn hart lijkt even stil te staan. Daar is nog een straaltje, over mijn rug deze keer. Twee zweetdruppels doen een wedstrijdje wie het eerste beneden is. Ik zet het glas terug, leg mijn benen op een krukje en zak weer in de stoel.

Een voorbijscheurende motor haalt me uit een dutje en ik open mijn ogen. Knalrode armen vertellen me dat het tijd wordt om naar binnen te gaan. Wanneer ik mijn benen van het krukje wil halen merk ik dat het niet lukt. Tot mijn schrik zie ik dat er een rozeachtige smurrie ligt op het krukje, mijn voeten zijn nergens te bekennen. Aan mijn knieholten hangen grote druppels. Het lijkt wel kaarsvet. Met zware armen wrijf mijn ogen uit, dat had ik beter niet kunnen doen. Nu zakt mijn linkeroog langzaam over mijn wang naar beneden. Ik wil roepen, maar er komt slechts een gorgelend geluid uit mijn keel.

Er is geen houden meer aan. Mijn rechterhand blubbert van de leuning en de buik waar ik al maanden niet meer tevreden over ben zakt naast mijn billen. Samen zijn ze van plan om zich van de zitting te laten glijden. Ook mijn andere oog zakt nu naar beneden en mijn oren hangen op mijn afgezakte schouders. Nog een laatste keer knipper ik met mijn ogen, dan is het donker.

Eén onweersbui alstublieft

Je kunt mij een groot plezier doen met een flinke onweersbui. Ter inspiratie voor spannende verhalen bedoel ik dan. Als ik er zelf middenin zit ben ik er minder blij mee. Wanneer de eerste lichtflits de hemel doorklieft, veer ik op en spits mijn oren om niets te hoeven missen van de daarop volgende rollende donder.

Vanaf de bank zie ik hoe donkere wolken voorbijrazen en de takken van de bomen wild heen en weer zwiepen. De regen stort zich vol overgave op het dakraam. Niets heerlijkers dan comfortabel hangen op de bank of diep wegduiken onder je dekbed terwijl je de hoofdpersoon uit je verhaal lekker buiten voor een dichte deur laat staan. Ga maar eens uitzoeken hoe je dit onweer moet overleven.

Menig snodaard werd in mijn fantasie geboren tijdens een hels onweer om de rest van zijn leven nergens meer voor te deugen. Regelmatig worden er lijken versleept in de stromende regen omdat criminelen daar nou eenmaal de voorkeur aangeven. Op een warme zomeravond doe je zoiets gewoon niet, dan rooster je de ‘lijken’ op de BBQ. Ook liet ik eens een man om het leven komen, door de bliksem getroffen, toen hij met een spade iemand de genadeklap wilde geven. Ik kan er niets aan doen, bij de eerste donderklap gaan de radartjes in mijn hoofd draaien en trekken moordenaars hun jas aan om ‘buiten te spelen’.

Wat als je nou middenin zo’n heftige scene zit en het zonnetje schijnt vrolijk door je venster naar binnen? Geen nood, daar heb ik de perfecte oplossing voor. Met een selectie aan regen- en onweersbuien op cd kan ik door mijn ogen te sluiten in de juiste sfeer komen.
Als donkere wolken zich samenpakken kun je het, als hoofdpersoon in mijn verhalen, wel schudden!

In het kader van de thrillermaand en het ´schitterende zomerweer´ heb ik deze blogpost uit juni 2011 opnieuw geplaatst.

Verhaal: In de tuin

Het is zaterdagochtend en de zon schijnt. Met een broodje en een kopje thee loop ik naar buiten. Ik zet een stoel in de zon, haal wat kussens en een boek. Tevreden ga ik zitten en roer in mijn thee. Eindelijk lijkt de zomer dan toch aan te breken. Voorzichtig ben ik begonnen de afgelopen avonden buiten te eten. Eerst even een half uurtje uitblazen na een werkdag, dan het eten klaar maken. Een placemat op de tafel, bord en bestek mee en als ik dan eindelijk zit is de zon weg. Natuurlijk is het dan te koud om te blijven zitten en ik neem alles weer mee naar binnen om daar grommend toe te zien hoe mijn tuinstoelen alweer baden in het zonlicht.

Nu is het dan zover, uit in eigen tuin. Het boek laat ik nog even liggen, eerst geniet ik van het feit dat ik het onkruid er vorige week al uitgehaald heb. Dan geniet ik van de rust, de fluitende vogeltjes, de piepende jonge meerkoetjes en kwakende eenden in het slootje dat aan mijn tuin grenst. Via een luid gesnuif laten de zwanen weten dat ze best een stukje brood zouden lusten, maar dat gaan ze dan zelf maar zoeken.
Een paar meerkoeten rennen over het water wat eenden achterna en ik hoor een hoop gespat. Tussen het bamboe door zie ik een rubberbootje dobberen met een jochie er in. Het puntje van zijn tong steekt uit zijn mond terwijl hij probeert de boot recht te houden. Hij vaart natuurlijk tegen mijn steiger aan en draait vervolgens stuurloos enkele rondjes voor hij de rest van de sloot onveilig maakt.

Ik sla het boek open en begin te lezen. Bij de buren gaat de deur open.
“Papa gaan we buiten zitten? Papa kijk nou, de zon”, hoor ik mijn buurmeisje zeggen. Eerst moet ze de bloemetjes water geven en ik hoor de buurman lachen omdat ze een plastic plant ook water geeft. De deur gaat dicht en het wordt weer rustig.
Niet lang natuurlijk. Het rubberbootje komt terug met twee jochies er in die joelend en vervaarlijk zwaaiend met peddels langs dobberen. Ik denk na over een systeem om tol te heffen zonder al te lullig over te komen. Dan dwing ik mezelf ontzettend blij te zijn dat het geen rondvaartboot is die een paar keer per dag langskomt, wat maar matig lukt. Vervolgens probeer ik aan al die minderbedeelden te denken die helemaal geen tuin tot hun beschikking hebben en als ook dat niet lukt herinner ik me ineens hoe zielig ik mezelf vond toen ik nog in de flat woonde. Zo dat werkt, ik ben weer tevreden.

Inmiddels zitten de buren gezellig buiten. De buurman zit te vissen en ik vermoed dat de buurvrouw een boekje leest. De kids zijn aan het spelen maar dat duurt meestal niet lang. Mijn buurmeisje begint te zingen: “Hocus Pocus, iedereen kan toveren … hm, hm, hm. Hocus Pocus, iedereen kan toveren … hm, hm, hm.” Ze herhaalt het nog een paar keer en ik hoop dat haar moeder het net zo zat begint te worden als ik. Helaas, ook de buurvrouw denkt dat iedereen kan toveren en ze zingt mee. Krampachtig lees ik verder. Het helpt ook niet wanneer ze voorstelt de kinderen voor te lezen.

Weer komt het rubberbootje langs met ditmaal een jochie en een volwassen vent er in. Met open mond kijk ik het bootje na en met open mond kijkt de man terug. Ik herstel me en hoop dat hij uit mijn subtiele blik, wenkbrauwen zo ver mogelijk naar beneden en mondhoeken omlaag, opmaakt dat ik het gedobber niet op prijs stel. Hij heeft het niet begrepen, het bootje komt terug en ik ga met mijn rug naar de sloot toe zitten.

De buurkinderen zijn alleen achtergelaten in de tuin en na steeds luider wordende “neehee’s” en “nouhou’s” is het bekvechten eindelijk begonnen. Mijn zuchten en kuchen wordt niet opgemerkt, ze zijn te druk bezig om hun arme buurvrouw in nood te horen. Ik vrees dat ik zelf in moet grijpen en vraag me af of ik dat wel kan maken. Na een paar minuten moed verzamelen, vind ik dat het kan.

“Jongens, hallo. Kunnen jullie misschien even rustig doen?”, vraag ik. Even is het stil, dan begint er eentje te brullen. Huilend loopt ze naar binnen en de schrik slaat me om het hart. Ik ben er één, schiet het door mijn hoofd. Ik had niet gedacht dat het ooit zover zou komen maar ik ben dus zo’n boze buurvrouw. Een beetje bang voor mijn eigen boze buurvrouw ga ik snel naar binnen.

Uit het vriesvak haal ik een pizza en ik zet de oven aan. In de tuin waggelen twee eenden, mijn mooie Akelei vertrappend, doelbewust naar het kleine vijvertje. Het wordt tijd voor een borrel. Wanneer ik de Baileys in het glas schenk beginnen de ijsblokjes krakend te protesteren. De kookwekker laat weten dat de pizza klaar is. Voorzichtig sluip ik naar buiten en de eenden vliegen kwakend weg. Ik ga zitten en neem een hap van de pizza. Een rookwolkje komt aarzelend over de schutting heen. Wat minder aarzelend volgt het tweede wolkje en al snel heb ik door dat er iemand aan het bbq’en is. De pizza en Baileys worden verder binnen genuttigd terwijl ik de reisfolders doorblader.

’s Avonds zit ik hartelijk te lachen om een aflevering van ‘Dit was het nieuws’ als er wordt aangebeld. De buurkinderen staan in pyama op de stoep, allebei een duim in de mond en een beer onder de arm geklemd. Of het misschien ook wat rustiger kan.

Copyright by Appelig©

Deduction, dear Watson

Al vanaf zeer jonge leeftijd ben ik gek op detectiveverhalen. Dat begon met Detective Blomkwist van Astrid Lindgren. Daarna was het een tijd lang Agatha Christie en haar Hercule Poirot en Miss Marple. Ook de detectives op tv heb ik verslonden. 

Aangezien ik tegenwoordig veel aan het boetseren en bloggen ben heb ik niet veel tijd meer om tv te kijken. De KRO detectives sla ik echter niet vaak over. Een beetje jammer dat er altijd drie doden moeten vallen voor de dader gepakt wordt. Ik mag hopen dat dat in het echt niet zo gaat. 😉

Sherlock Holmes
Mijn favoriet is toch wel Sherlock Holmes. De nieuwe serie waarin Sherlock Holmes en dr. John Watson door het hedendaagse Londen rondrennen, vind ik geweldig!
Ik heb Sherlock tweemaal mogen ontmoeten. De eerste keer was in Londen, in Bakerstreet om precies te zijn, na een Sherlock Holmes tour. De tweede keer was vorig jaar bij de Reichenbachfallen in Zwitserland (zie foto).

Toen ik een keer in Edinburg was kreeg ik tijdens een ritje op de hop-on hop-off bus te horen dat Sir Arthur Conan Doyle (de schrijver van Sherlock Holmes) in Edinburg geboren is en er gestudeerd heeft aan de Universiteit. Tijdens zijn studie had hij les van een professor, dr. Joseph Bell, die nadruk legde op observatie en deductie. Driemaal raden op wie hij Sherlock Holmes gebasseerd heeft …

Mijn eigen detective
Zelf zou ik ook graag een detectiveverhaal schrijven. Alleen moet je behalve een verhaaltje vertellen ook nog zelf bedenken wie het heeft gedaan en waarom! Een begin van een verhaal verzinnen is geen enkel probleem. Ik heb zelfs al een beginnetje.
Mevrouw A. gaat de heg snoeien en ineens vliegen haar een paar vingers om de oren (een fris verhaal is het niet, ik geef het toe). Er blijkt een lijk in de heg te zitten. So far, zo zo, want hoe komt het lijk in vredensnaam in die heg terecht?

Een Kerstverhaal (3)

Vervolg van ‘Een Kerstverhaal (2)’.

De Kerstman zit nog altijd met de armen over zijn buik geduldig te wachten. Hij kijkt me met lodderige ogen aan.
“Gaat het een beetje?”, vraag ik. Hij glimlacht even maar zegt niets. Ik ben bang dat hij zo zal instorten. In de keuken maak ik een handdoek vochtig. Ik veeg het bloed van zijn voorhoofd en dep ook de zilvergrijze haren, waarvan ik in eerste instantie dacht dat het een pruik was. Ik volg het bloedspoor en kom op zijn achterhoofd terecht waar een gat zit.
“Ik bel de dokter wel even of misschien kunnen we beter meteen naar het ziekenhuis.”
“Nee, da..dat is niet nodig”, stamelt de Kerstman. Hij voelt nog eens aan zijn hoofd en kijkt me verschrikt aan.
“Kan ik iemand waarschuwen? Iemand bij de opvang ofzo?”, probeer ik voorzichtig. Ik zou graag de verantwoording over deze hulpkerstman overdragen, maar hij schudt zijn hoofd.
“Wilt u dan misschien iets drinken?”, vraag ik.
“Graag”, zegt hij meteen. Eindelijk krijg ik een duidelijk antwoord.

Bron: weheartit.com

Met een mok dampende chocolademelk met slagroom en een scheut rum zitten we tegenover elkaar. Hij op de bank en ik op het vloerkleed met mijn rug tegen de verwarming. Langzaam roert de Kerstman in de mok en neemt dan voorzichtig een slokje. Hij sluit even zijn ogen.
“Wat is er eigenlijk gebeurd?”, vraag ik. “Waarom lag u bij mij voor de deur?”
De Kerstman roert nog wat harder in zijn mok waarbij het lepeltje irritant tegen het aardewerk tikt. Gespannen wacht ik op het antwoord.
“Heb je er misschien iets te eten bij?”, vraagt de Kerstman. Het lijkt alsof hij mijn vraag niet gehoord heeft. Hij neemt een tweede slok en likt de slagroom uit zijn snor. Zuchtend sta ik op.
“Een kerstkransje dan maar?” opper ik.
“Of een boterham?”, reageert hij. “Ja, sorry ik heb al een tijdje niet gegeten.”
In de keuken smeer ik een boterham en vraag me af of ik hem straks alweer de straat op kan sturen.

“Lekker hoor”, zegt hij even later met volle mond. Voor het eerst zie ik een glimlach op zijn gezicht. De glimlach veroorzaakt een domino-effect van kleine rimpeltjes over zijn hele gezicht. Te beginnen bij zijn mondhoeken tot aan de haarinzet.
“Hoe komt u nou aan dat gat in uw hoofd?”, probeer ik opnieuw.
De Kerstman zucht. “Ik kan je vertellen dat het voelt alsof ik van het dak gevallen ben. Alles is bont en blauw.”
“Van het dak?”, vraag ik.
Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes en lijkt na te denken. “Eerlijk gezegd weet ik niet precies wat er gebeurd is. Ik lag ineens op de stoep. Toen heb ik me tree voor tree naar boven gehesen tot ik voor de deur lag.”
Het klinkt niet erg aannemelijk, maar meer wil hij duidelijk niet kwijt.
“Zal ik een poging wagen uw hoofd te verbinden?”, vraag ik.
“Je mag er ook gewoon een pleister opplakken”, mompelt hij. “Dan ga ik zo maar weer eens naar buiten. Ik ben al veel te lang gebleven en je moet je Kerstboom nog opzetten.”
Ik kijk naar de Kerstboom. Alle sneeuw is inmiddels van de takken op de grond gedrupt.
“O, dat kan morgen ook nog”, werp ik tegen.
“Maar het is Kerstavond”, sputtert hij. “Als je morgen de boom opzet is het te laat.”
Ik haal mijn schouders op. “Vorig jaar had ik helemaal geen boom”, zeg ik.
“Echt niet?” Hij lijkt geschrokken. “Je zou toch de mooiste Kerstboom moeten hebben die er bestaat.”
Ik glimlach naar hem en sta op om de verbanddoos te halen.
Als ik terugkom, heeft de Kerstman zijn ogen dicht, hij ademt zwaar. Ik trek me terug in de slaapkamer.

Bron: weheartit.com

Die nacht droom ik over een Kerstman die met slee en al van het dak afvalt en bij mij voor de deur terechtkomt. Ik schrik wakker, het gestommel op het dak is niet gedroomd. Ik hou mijn adem in en luister.
“Ho ho hooo!” Hoor ik ineens iemand buiten roepen en er rinkelen wat belletjes. Meteen houdt het gestommel op. Ik spring uit bed en steek mijn hoofd om de deur van de woonkamer. Er ligt niemand meer op de bank, de Kerstman is verdwenen. In de hoek van de kamer staat mijn Kerstboom te schitteren met een warme sjaal van witte slingers. Ademloos kijk ik naar de honderden kleine lampjes die stralen. Zilveren kerstballen pronken met hun pracht, net als een paar witte kerstengeltjes en rode kerstklokjes.
Het is de mooiste Kerstboom die ik ooit heb gezien.

THE END

Copyright by Appelig©

Ik wens jullie hele fijne Kerstdagen!